
Beheermaatregelen en Materiaal
De Jeneverbes is een lichtminnende struik/boom, die goed gedijt op heidevelden en droge, voedselarme en minerale zandgronden. Als de natuurlijke successie in de natuur zijn gang kan gaan, dan zijn heidevelden en zandgronden binnen enkele decennia veranderd in bos. De jeneverbes kan het lange tijd volhouden op schaduwrijke plaatsen, maar de verjonging neemt af, de gevoeligheid voor ziektes, plagen, etc. neemt toe en de boom kwijnt weg. Wil de jeneverbes in de toekomst een blijven bestaan, dan is in ons land waar elk stukje grond al bezet is, actief ingrijpen en beheer noodzakelijk. Bij de jeneverbesbrigades wordt in principe alleen met handgereedschap gewerkt.
Maatregelen voor instandhouding van jeneverbes(struwelen)
- De directe omgeving van de jeneverbes vrijhouden van bosopslag en hoge bomen, daarmee wordt de bossuccessie voorkomen. Naaldhout (behalve Taxus) kan getrokken of onder de laagste takkenkrans geknipt/afgezaagd worden. Loofhout en Taxus moeten met wortel en al verwijderd worden dus getrokken of uitgegraven.
- Vegetatie schraal (is voedselarm) houden, dit kan door maaien en/of plaggen en eventueel begrazing. Zaailingen moeten dan wel beschermd worden.
- In een bosachtig gebied kunnen bij een dunningsronde grote schaduw gevende bomen gekapt of gezaagd worden.
- Dunnen van struwelen zelf waarbij vitale jeneverbessen meer vrijgezet worden, lijkt ook een positief effect te hebben.
Maatregelen om verjonging van de jeneverbes te stimuleren
- Om de zaden te laten kiemen, is direct zonlicht op een schrale, kale bodem nodig. Daarom kan dunnen worden gecombineerd met het lokaal plaggen of openkrabben van de grond rondom de zaadstruiken.
- De directe nabijheid van een jeneverbes kan vrijgemaakt worden van takken, stobben, strooisel en eventuele zode. Dynamiek is noodzakelijk.
- Kortdurend overbegrazen gevolgd door matige begrazing lijkt een positief effect te hebben.
- Biotopen weer geschikt maken voor jeneverbessen en inplanten met jeneverbesstekken.
- In geval een jeneverbestak de grond raakt, een aflegger stimuleren door zo nodig de tak lokaal licht te beschadigen en dat punt vast te leggen met behulp van een beugel.
Materiaal
- Een spade
- Een plagschop
- Takkenschaar
- Zaag (klein handzaagje, takkenzaag eventueel met steel en beugelzaag)
- Stronkentrekker
- Goede handschoenen
- Veiligheidsschoenen
- Passende kleding
- Overige beschermingsmiddelen zoals veiligheidsbril en helm






